Belg beslist mee over berging nucleair afval in ‘grote nationale dialoog’

Belg beslist mee over berging nucleair afval in ‘grote nationale dialoog’

De komende jaren sluiten zeker 5 van de 7 kerncentraleswaarvan de eerste in minder dan een jaar, op 1 oktober 2022. Zowel de ontmanteling van de kerncentrales als het bestaande radioactief afval is de langste, duurste en meest delicate werf die ons land heeft gekend.

Tot op vandaag is er geen definitieve oplossing voor nucleair afval. Nucleair afval blijft tot honderduizenden jaren radioactief en moet dus in de meest veilige omstandigheden worden geborgen. De uitstaande factuur van kernenergie is gigantisch en loopt op tot meer dan 40 miljard.

De Belg zal meebeslissen hoe en wat er gebeurt met het radioactief afval. De Koning Boudewijnstichting gaat de grote nationale dialoog organiseren en begeleiden. De grote dialoog zal minstens 18 maanden in beslag nemen en in het najaar starten.

“Het beheer van hoogradioactief afval gaat ons allemaal aan. De beslissing van de berging is er één die aan alle Belgen toekomt en niet alleen aan mij als minister of deze regering. Het is dan niet meer dan logisch dat Belgen gehoord worden en mee beslissen. De beslissingen die we nemen ten aanzien van dit afval heeft gevolgen voor honderden toekomstige generaties.”

Het participatieve proces neemt de vorm aan van een "maatschappelijk dialoog". Het voordeel van deze formule is dat het zorgt voor de effectieve deelname van een breed spectrum van belanghebbenden: burgers, het maatschappelijk middenveld, institutionele actoren, de industrie, academici, deskundigen en ook producenten van nucleair afval.

Het andere voordeel is dat het interactie tussen het maatschappelijk middenveld en deskundigen, ongeacht hun achtergrond, mogelijk maakt om tot aanbevelingen van alle deelnemers te komen.   

Er zullen verschillende thema’s besproken worden, zoals het probleem van radioactief afval en verbruikte brandstoffen (levensduur ...), hun langetermijnopslag, locatieselectie ...   

De grote nationale dialoog zal georganiseerd worden met representatieve panels. Dit proces moet breed en zonder taboes de verschillende opties en alternatieven naast elkaar leggen, en een duidelijk traject vooropstellen. Bij elke volgende stap van dit traject, bijvoorbeeld bij de beslissing over de locatie, zal de bevolking zo nauw mogelijk betrokken worden. Enkel zo zal een oplossing gedragen worden door de bevolking, en dus enkel zo zal een oplossing ook effectief uitvoerbaar zijn. Want zonder draagvlak is geen enkele oplossing mogelijk.

Gezien de duur waarover de ontwikkeling en implementatie van een bergingsoplossing zal worden gespreid, is het essentieel om alle genomen beslissingen te kunnen heroverwegen. De principes van terugneembaarheid en monitoring zullen daarbij als leidraad fungeren, en de burgersamenleving betrokken worden bij de bepaling van de periode waarin ze toegepast worden.

Het maatschappelijk debat past in de filosofie van een communicatie- en participatiestrategie die gebaseerd is op een "Public Interaction Program" en is uitgewerkt met advies van David Van Reybroeck. Het bestaat uit drie pijlers, namelijk "begrip bij het publiek" (d.w.z. dat alle belanghebbenden zich bewust zijn van het probleem van het beheer van radioactief afval en de daarmee samenhangende oplossingen en de alternatieven), "participatie van het publiek" (waarbij bepaalde belanghebbenden op bepaalde tijdstippen aan het debat kunnen deelnemen) en "aanvaarding door het publiek" (aanvaarding door de belanghebbenden van de voorgestelde technische oplossingen, met inbegrip van de mogelijkheid om oplossingen mee uit te werken).

Koning Boudewijnstichting begeleidt de grote nationale dialoog

Gelet op de te bereiken doelstellingen en de maatschappelijke gevoeligheid van het onderwerp, zullen de geloofwaardigheid van het participatieproces en de resultaten ervan hoofdzakelijk afhangen van enerzijds de geloofwaardigheid van de organisator, met name in termen van onafhankelijkheid, neutraliteit, pluraliteit, doorzichtigheid en erkenning, en anderzijds de kwaliteit van de gekozen participatiemethode en de uitvoering ervan. De Stichting heeft rechtstreeks gewerkt met de concepten van verschillende participatiemethoden en heeft deze bij vele gelegenheden in de praktijk toegepast, met name in het kader van haar programma's "Burgermaatschappij en burgerbetrokkenheid" en "Gezondheid". De Stichting heeft ook ervaring met het betrekken van burgers bij de besluitvorming over technische en wetenschappelijke vraagstukken met sterke ethische en maatschappelijke connotaties.

Volgens een eerste raming zou de praktische organisatie van het maatschappelijk debat (fase 1) ongeveer 6 maanden voorbereiding vergen met de Koning Boudewijnstichting om de te behandelen kwesties en thema's correct te kaderen ("startnota"), om het debat geleidelijk te kunnen focussen en om een bruikbaar resultaat te garanderen. In dit kader wordt ook een eerste deskundigenworkshop georganiseerd.

De verschillende online-initiatieven (fase 2) die voor het grote publiek worden georganiseerd, zullen dan ongeveer 4 maanden duren en het voorwerp uitmaken van een eerste tussentijds verslag op basis waarvan verschillende thematische workshops en/of burgerconferenties worden georganiseerd. Deze laatste worden over een periode van 5 maanden georganiseerd (fase 3) en maken op hun beurt het voorwerp uit van verslagen die in een eerste versie van het eindverslag worden vertaald.

Vervolgens wordt een breed forum van belanghebbenden (fase 4) georganiseerd (1 maand). Vervolgens wordt een periode van twee maanden uitgetrokken voor het eindverslag met conclusies en aanbevelingen (fase 5)

Deze werkwijze komt tegemoet aan een breed gedeelde bezorgdheid, in het bijzonder in de adviezen van de drie Gewesten, die naar voren is gekomen tijdens de publieksraadpleging in het kader van de procedure van de wet van 13 februari 2006 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's en de inspraak van het publiek bij de uitwerking van de plannen en programma's in verband met het milieu. Zo herinnert het Waalse Gewest bijvoorbeeld aan het belang om het onderzoek naar alternatieven voort te zetten, in het bijzonder door samen te werken met andere landen. Het Vlaamse Gewest wijst op de noodzaak om de oplossing te kunnen aanpassen aan de evolutie van de kennis en de toekomstige innovaties en vraagt NIRAS de ontwikkelingen in verschillende wetenschappelijke en technische domeinen met betrekking tot alternatieve beheeropties te blijven volgen en evalueren.

Ook interessant

Wind op zee

Noordzee-coalitie slaat handen in mekaar voor verviervoudiging windenergie op zee

18 mei 2022

België, Denemarken, Duitsland en Nederland bundelen hun krachten om van de Noordzee de grootste d...

Waterstof

50 miljoen voor projecten rond waterstof

28 apr 2022

De federale regering trekt €50 miljoen euro uit voor innovatieve projecten op vlak van productie,...

Debat over radioactief afval kan beginnen

27 apr 2022

Minister van Energie Tinne Van der Straeten wil een breed maatschappelijk debat opstarten over de...

Cookies op tinnevanderstraeten.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren